Woensdag 28 Oktober 2009

proces16

Een vrouw stapt van haar fiets en is nieuwsgierig naar onze bedoelingen. Ze vertelt ons dat de stedelijke vernieuwing tot verbetering heeft geleid. Ze voelt zich veiliger in de wijk dan voorheen. Wel zou er in haar ogen iemand aangesteld moeten worden die controleert of mensen hun tuinen goed bijhouden. “Eerst was er iemand die daar over ging, maar die is nu weg. Terwijl het wel nodig is als we de wijk netjes willen houden.”

-

Even later spreken we een man die vertelt dat het Westelijk deel van de wijk altijd meer verpauperd was als het Oostelijk deel. Beide delen zijn aanzienlijk opgeknapt, maar het verschil tussen beide delen is volgens hem nog aanzienlijk. Hij woont zelf in het Oostelijk deel en is bang dat wanneer de snackbar zijn intrek zal doen in het nieuwe centrum en het oude centrum gesloopt wordt, dat de drugsdealers die daar rondhangen zich naar het nieuwe centrum zullen verplaatsen. Hij heeft kleine kinderen en ziet graag dat zijn kinderen veilig buiten kunnen spelen en niet op zo’n jonge leeftijd al geconfronteerd worden met drugshandel.

-

text18

Een jongen en meisje komen op ons afgestapt. De jongen doet vrijwilligerswerk bij het MFC. Hij helpt allochtonen met het invullen van overheidspapieren zoals van de huurtoeslag of van de zorgtoeslag. Het probleem is dat er maar twee mensen het afgelopen half jaar gebruik heeft gemaakt van deze dienst. Hij heeft dus niets te doen. Hij zegt dat er wel reclame voor is gemaakt. Hij is van mening dat allochtonen zich te weinig aanpassen en hij zegt dat ze niet met hem willen praten.

-

Volgens hem is de wijk wel verbeterd sinds de verbouwingen. Wat er echter nog ontbreekt is een plek waar jongeren bij elkaar kunnen komen. Het meisje is het daar mee eens en zegt: “Voor de jonge kinderen zijn er wel speelplekken bijgekomen, maar daar hangen nu ook vaak de jongeren rond en dat schrikt de kleine kinderen weer af.” Volgens haar zijn er meerdere hangplekken nodig voor specifieke groepen jongeren. Volgens haar zijn jongeren vaak bereidwillig om daar zelf ook energie in te steken. Vaak wordt hun echter die ruimte niet geboden door de gemeente. Daarnaast is er vaak te weinig nazorg voor de initiatieven die genomen worden. Er wordt dan een hangplek geplaatst, maar het beheer blijft dan uit. “Het beheer zou eigenlijk vanuit een samenwerking tussen de jongeren en de gemeente opgezet moeten worden.”

-

proces17

Een mevrouw die haar honden uitlaat vertelt mij dat haar huis van binnen aanzienlijk opgeknapt is, maar dat ze er qua uitzicht en tuin op achteruit is gegaan. De wijk in het algemeen is er volgens haar wel op vooruitgegaan. Wel ergert zich aan het racisme in de wijk. Ze krijgt vaak van de Nederlanders te horen dat alle problemen in de wijk te wijten zijn aan de buitenlanders. Ze vindt dat verschrikkelijk. Zelf heeft ze buren van Surinaamse afkomst en buren van Antilliaanse afkomst. “Dat zijn schatten. Ik vind het erg dat er zo denigrerend over buitenlanders wordt gesproken. Dat hebben ze helemaal niet verdiend.” Ze vindt het leuk dat er zoveel verschillende nationaliteiten in de straat wonen. “Laatst kwam een jongen van Irak mij vragen om hulp voor het schrijven van een gedicht in het Fries. Dat was een opdracht van school. Dan gebeurt er iets. Je leert van elkaar. Ik vind dat mooi.”

-

text19a

Twee jongens vragen naar de oorsprong van de uitspraak van de tekst op het bord. Ze zijn beide sociaal werkers en vertellen dat de wijk aanzienlijk verbeterd is sinds de stedelijke vernieuwing. “Je ziet dat mensen trots zijn op wat ze nu hebben en daarom beter hun tuin en interieur verzorgen dan voorheen.” Wel zegt hij erbij dat er nog steeds niet echt sprake is van een wijkgevoel. Volgens hem is dat deels te wijten aan het feit dat er veel studenten in de wijk wonen. Zij binden zich volgens hem niet aan de wijk en ze zullen dus ook niet investeren in het bevorderen van de sociale cohesie binnen de wijk. Volgens de beide jongens heeft de wijk een gebrek aan identiteit.

-

Beide vinden ze het ook niet verwonderlijk dat veel mensen racistisch zijn, ook al kun je naar hun mening het gedrag van een aantal onruststokers nooit op een hele groep projecteren. Volgens hun is het grootste gedeelte van de mannen die in de gevangenis komen van Marokkaanse of Antilliaanse afkomst. “Het zijn van die jongens die met de tweede-generatie-problematiek kampen. Ze krijgen van huis uit heel andere waarden mee, dan waar ze op straat en op school mee geconfronteerd worden. Deze jongens raken in een identiteitscrisis. Het is niet heel verwonderlijk dat veel van hun een beetje het spoor bijster raken.”

-

text19